Aardappel
Groente Aanbevolen in september

Aardappel

Gaat goed samen met Stamboon, Suikermaïs, Ui

Liever niet naast Tomaat, Komkommer, Pompoen, Courgette

Populaire knolgewas dat je vanaf pootgoed teelt, met de oogst verscholen onder de grond.

Zaaidiepte10 cm (pootgoed)
Plantafstand30 x 70 cm
Kiemtijd14-21 dagen (opkomst)
BodemtypeVoedzame, licht zure, goed doorlatende grond
ZonbehoefteVolle zon
Oogsttijd70-120 dagen
UitdunnenNiet nodig

De aardappel neemt in de meeste moestuinen een flink stuk grond in beslag, maar levert daarvoor ook flink wat terug: van een paar pootaardappelen kun je al snel een emmer vol oogsten. Bovendien is de teelt zelf vrij eenvoudig, al vraagt het wel wat geduld en ruimte gedurende het hele seizoen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vroege rassen (nieuwe aardappelen, al vanaf juni te oogsten) en late, goed bewaarbare rassen voor de winter.

Bodem en standplaats

Aardappels houden van een voedzame, licht zure, goed doorlatende grond – op zware klei kan een verhoogd bed helpen tegen wateroverlast en geeft het de knollen meer ruimte om zich te vormen. Een zonnige plek geeft de beste opbrengst, al verdragen ze ook een lichte schaduw gedurende een deel van de dag.

Zaaien en planten

Aardappels teel je niet uit zaad, maar uit pootgoed – kleine, voorgekiemde aardappelknollen. Laat ze een paar weken vóór het poten op een lichte, koele plek voorkiemen (“pregermineren”), dat versnelt de groei flink en geeft een voorsprong van soms wel enkele weken. Poot ze vanaf eind maart/april, zodra de kans op strenge nachtvorst voorbij is, zo’n 10 centimeter diep en 30 tot 40 centimeter uit elkaar in de rij.

Verzorging

Zodra de planten een stuk of 20 centimeter hoog zijn, is “aanaarden” belangrijk: schep grond tegen de stengels aan, zodat de nieuwe knollen bedekt blijven en niet groen worden door zonlicht. Herhaal dit een paar keer tijdens het groeiseizoen, telkens als er weer een stuk stengel boven de grond uitsteekt. Aardappels hebben regelmatig water nodig, vooral tijdens de knolvorming, maar niet te veel – te natte grond geeft eerder schimmelproblemen.

Ziektes en plagen

De gevreesde aardappelziekte (Phytophthora) kan bij vochtig, warm weer snel toeslaan – bruine, verrottende bladeren zijn het eerste signaal, en de ziekte kan zich binnen dagen over het hele veld verspreiden. Verwijder aangetaste planten snel en zorg voor voldoende afstand tussen de rijen voor luchtcirculatie. De coloradokever (opvallend zwart-geel gestreept) kan ook opduiken; verwijder de kevers, hun eitjes en de rood-zwarte larven met de hand zodra je ze ziet.

Tip: Teel aardappelen niet jaren achter elkaar op dezelfde plek. Wacht bij voorkeur 3 tot 4 jaar voor je weer aardappels (of andere nachtschades zoals tomaat) op datzelfde stuk grond zet – dat voorkomt een opeenstapeling van aardappelziekte en aaltjes in de grond.

Oogsten en bewaren

Vroege aardappelen (“nieuwe aardappelen”) kun je al oogsten zodra de plant bloeit, meestal vanaf juni of juli – deze zijn het lekkerst vers en bewaren minder lang. Voor bewaaraardappelen wacht je tot het loof volledig is afgestorven, meestal in augustus of september. Laat de geoogste knollen even drogen aan de lucht (niet in de zon) en bewaar ze daarna donker, koel en droog – licht maakt ze groen en giftig, en een te warme opslag laat ze sneller uitlopen.

Veelgestelde vraag

Waarom worden mijn aardappelen groen? Dat komt door blootstelling aan licht, zowel in de grond (vandaar het aanaarden) als tijdens bewaring. Groene plekken bevatten het giftige solanine – snijd ze goed weg, of gooi de hele knol weg bij veel groene verkleuring.

Zaaikalender

janfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdec
Zaaien Uitplanten Oogsten