
Koolraap is een stevige winterknol, tussen koolraap en raapstelen in – lekker in stamppot of soep. De paarsig-gele schil en het geelwitte vruchtvlees maken het een herkenbare wintergroente op de markt, ook wel bekend als “swede”.
Bodem en standplaats
Koolraap wil een voedzame, goed doorlatende grond op een zonnige tot halfzonnige plek. De plant groeit relatief onveeleisend op de meeste grondsoorten in Nederland, ook op iets zwaardere klei.
Zaaien en planten
Zaai vanaf mei-juni, 1-2 cm diep, rechtstreeks buiten of voorgezaaid. Koolraap kiemt betrouwbaar bij zomertemperaturen en groeit vervolgens gestaag door tot de winter, wanneer de knol volgroeid is.
Verzorging
Plant uit (of dun uit) tot 30-40 cm tussenruimte. Geef gelijkmatig water voor een mooie, ronde knol zonder houterige plekken in het vruchtvlees, vooral tijdens droge periodes.
Ziektes en plagen
Koolvlieg en het koolwitje kunnen koolraap net als andere koolachtigen aantasten – insectengaas over jonge planten beschermt hier goed tegen deze bekende plagen zonder chemische middelen.
Tip: Oogst niet te vroeg – koolraap heeft tijd nodig om een goede knolgrootte te bereiken, en wordt bovendien zoeter na lichte vorst, net als veel andere winterknollen.
Oogsten en bewaren
Oogst vanaf september-december, de knol kan goed tegen lichte vorst en kan dus lang in de grond blijven staan tot je hem nodig hebt in de keuken.
Veelgestelde vraag
Wat is het verschil tussen koolraap en knolraap? Ze worden vaak door elkaar gebruikt, maar koolraap (ook wel swede genoemd) heeft een paarsig-gele schil en iets zoetere smaak dan de kleinere, witte knolraap, en is over het algemeen ook wat groter van formaat.
Zaaikalender
Andere groente om te proberen