
Braam
Doornige of doornloze kleinfruit-struik met zoete bramen, vraagt een stevige leiding tegen een rek of muur.
Braam is een doornige of doornloze kleinfruit-struik met zoete bramen, die wel een stevige leiding tegen een rek of muur vraagt. De ranken kunnen behoorlijk lang worden en vragen dus wat ruimte in de tuin, soms wel enkele meters per seizoen.
Bodem en standplaats
Braam wil een voedzame, goed doorlatende grond op een zonnige tot licht beschaduwde plek. De plant is niet erg kieskeurig wat betreft grondsoort, mits niet te nat gedurende het hele jaar.
Zaaien en planten
Plant jonge struiken in het najaar of vroege voorjaar, met 2-3 meter tussenruimte tegen een rek of draad. Kies een doornloos ras als je met kinderen tuiniert of niet van scherpe verrassingen houdt.
Verzorging
Leid de lange ranken langs draden of een rek. Snoei na de oogst de uitgebloeide ranken weg, en leid de nieuwe scheuten voor het volgende jaar – dit voorkomt een wirwar van oude en nieuwe ranken door elkaar.
Ziektes en plagen
Braam heeft relatief weinig last van ernstige ziektes. Meeldauw kan optreden bij vochtig weer en te dichte begroeiing; goede snoei voor luchtcirculatie beperkt dit risico aanzienlijk.
Tip: Kies een doornloos ras als je met kinderen tuiniert of niet van scherpe verrassingen bij het plukken houdt – er zijn tegenwoordig prima doornloze rassen met een vergelijkbare smaak als de doornige variant.
Oogsten en bewaren
Pluk de bramen zodra ze donker en zacht zijn, meestal augustus-september. Bramen zijn goed in te vriezen als je een overschot hebt na een goede oogst, ideaal voor gebruik in de winter.
Veelgestelde vraag
Waarom groeit mijn braam alle kanten op? Bramen hebben stevige leiding nodig – bind de ranken regelmatig vast aan een rek of draad, anders wordt het al snel een wirwar die lastig te oogsten is.
Zaaikalender
Andere fruit om te proberen